UTRECHT — Op 1 oktober 2018 waren uit het hele land en België NKV-ers, beiaardiers en beiaardliefhebbers naar Utrecht getogen. Daar werd met een symposium het eeuwfeest van de NKV én het 90-jarig bestaan van de Utrechtse Klokkenspel Vereniging gevierd. De locatie kon niet beter: in Museum Speelklok konden de circa 80 deelnemers voor de lezingen terecht in een fraaie, goed geoutilleerde zaal. Buiten het gebouw kon je met een geleend klapstoeltje op een rustig pleintje naar de concerten luisteren, met onbelemmerd uitzicht op de Domtoren.

De voorzitter van de jubileumcommissie, Peter Hesseling, memoreerde alle activiteiten die al hebben plaatsgevonden en nog komen in het kader van dit jubileumjaar. Zoals de boottocht in Amsterdam op 12 oktober langs 5 carillons en de compositiewedstrijd.

Drs. Heleen van der Weel, historica en oud-stadsbeiaardier van Den Haag, vertelde over het ontstaan en de vroegste geschiedenis van de NKV onder de titel ‘Het is een wanhopig, ondankbaar werk en ook nog slecht betaald.’ Deze verzuchting stond te lezen in het blad van de Nederlandse Organistenvereniging die in 1890 was opgericht. Organisten zijn veelal ook beiaardier en de redactie bood gelegenheid voor het plaatsen van artikelen in hun blad ‘Het Orgel’. Eerst terloops, later in een vaste eigen rubriek. De publicaties behelsden vooral het verval en hoe herleving te bereiken.
Aandacht voor de slechte toestand van veel instrumenten maar ook het besef van het ‘rijke bezit’, ergernis over dubieuze liedjes die vanaf de torens klonken, leidden tot de oprichting in 1918 van de Algemeene Klokkenspel-Vereniging.
De beginjaren werden gekenmerkt door de tegenstelling in de tractuursystemen tussen toets en klepel. Het aloude broeksysteen kreeg concurrentie van een systeem met tuimelaars dat door de Mechelse beiaardier Jef Denijn was verbeterd. In Nederland was aanvankelijk veel weerstand tegen dit systeem. Uiteindelijk vond het steeds meer ingang bij de bouw van nieuwe instrumenten.
Heleen eindigde haar betoog met een anekdote: een journalist had Willem Créfeld in de Waag zien spelen met een soort kinderschoentjes om zijn handen gebonden waarmee hij met alle kracht op de toetsen sloeg.
Die kinderschoenen is de beiaardcultuur nu wel ontgroeid, aldus Heleen.

Tussen de voordrachten door konden we luisteren naar de concerten vanaf de Domtoren. Dirk S. Donker, stadsbeiaardier van Sneek en Joure, illustreerde het betoog van Heleen met Nederlandse beiaardmuziek uit de beginjaren van de NKV, muziek van o.a. Timmermans, Créman en J.A.H.Wagenaar (met initialen om alle Wagenaars uit elkaar te houden).
Vervolgens speelde Gijsbert Kok, stadsbeiaardier van Den Haag, Voorschoten en Zoetermeer, Utrechtse beiaardmuziek van o.a. Jan Wagenaar, Wouter Paap en Chris Bos. Hij gaf daarmee een voorzet tot het verhaal van Arie Abbenes, oud-stadsbeiaardier van Utrecht, over de bijdrage van de Utrechtse Klokkenspel Vereniging aan de ontwikkeling van de Nederlandse beiaardkunst.

Vooruitgang vanuit conservatisme’ was het motto van de lezing van Arie Abbenes. De UKV is in 1928 opgericht maar de vroege geschiedenis kon niet onvermeld blijven. In 1624 begon de samenwerking tussen Jhr. Jacob van Eijck en de gebroeders Hemony, die voor de beiaardcultuur verstrekkende gevolgen heeft gehad. J.P.A. Fischer schreef in 1738 een standaardwerk ‘Verhandeling van de klokken en het klokke-spel’ en vader en (met name) zoon Nieuwenhuijsen (samen 91 jaar stadsbeiaardier!) bewaarden hun versteken en verzamelden veel muziekhandschriften waaronder veel operafantasieën.
De campanoloog André Lehr en anderen somberden over verval van de beiaardcultuur maar dat ging volgens Abbenes voor Utrecht niet op. Drie generaties Wagenaar drukten hun stempel op de Utrechtse beiaardcultuur. Wagenaar I wordt gezien als de voortrekker van de muziek van de 20e eeuw; Wagenaar II promootte herkenbare liederen en volkmuziek en Wagenaar III speelde ook origineel beiaardrepertoire en volksliederen uit andere landen. De beide laatsten speelden met vlakke hand en gespreide vingers die volgens Abbenes later resulteerde in een verantwoorde synthese tussen de Vlaamse en Hollandse speelwijze. Ook hielden zij het gespeelde repertoire bij. Zo weten we dat 60% van de liedbewerkingen van Utrechtse origine was, van o.a. Catharina van Rennes.
De controverse tussen het aloude broeksysteem en de methode die Jef Denyn in Mechelen had toegepast deed zich ook in Utrecht gelden. Denyn adviseerde Utrecht het nieuwe systeem met tuimelaars toe te gaan passen maar een commissie die het advies moest beoordelen voelde daar niets voor. De NKV die te maken had met de twee kampen, organiseerde daarom in 1927 een concours dat plaatsvond in twee steden: in Utrecht, dat het broeksysteem had, en in Den Bosch, waar de beiaard gerichte tuimelaars had.
Dit concours vormde de aanzet tot de oprichting – via de Utrechtse Carillon Commissie en de Ned. Klokken en Orgelraad - van de UKV die vanaf dan Zomeravondconcerten organiseerde.
Vanaf de jaren 70 pakt de UKV samen met de Gemeente Utrecht een aantal projecten aan: o.a. de restauratie van het Dom-carillon en de trommel; herstel van het Van Wou-gelui (hieruit ontstond het Utrechts Klokkenluiders Gilde) en de nieuwbouw in Vleuten.
Met de stuwende kracht van projectmanager Dick van Dijk werkt de UKV nauw samen met het UKG, Museum Speelklok, Gaudeamus en maakt deel uit van het Festival Oude Muziek: het Beiaardfestival Oude Muziek.

Richard de Waardt, stadsbeiaardier van Rotterdam belichtte ‘Recente ontwikkelingen in de beiaardkunst, blik op de toekomst’. Hij stak de loftrompet over alle goede dingen die momenteel gaande zijn in Nederland & Vlaanderen. Nieuwe instrumenten, uitgaven van nieuwe muziek en literatuur, het uitwisselen van muziek via moderne media, het verschijnsel ‘de mobiele beiaard’ waar pionier Boudewijn Zwart mee is begonnen en de innoverende projecten die daarmee worden ondernomen, de erkenning van het Immateriële Erfgoed, twee professionele beiaardscholen, de jeugdklas van Mechelen waar veel kinderen beiaard leren spelen, jong talent zoals Elien Van den Broeck, Jasper Depraetere en Bob van der Linde, enz. Maar bovenal zette hij de meer dan 80 beiaardiers in het zonnetje die iedere week naar boven klauteren en volgens hem de echte helden zijn. Vervolgens schilderde hij het huidige beiaardlandschap in Nederland en België. Dat deed hij aan de hand van een originele prezi-presentatie waarin de uitkomst van een enquête werd getoond die hij onder 80 beiaardiers heeft gehouden. Enkele willekeurige uitslagen: de meeste plaatsen kennen twee bespelingen per week; het aandeel barok/classicisme scoort het hoogst; popmuziek en barok hoor je het meest tijdens de wekelijkse bespelingen; het aantal religieuze titels neemt sterk af; op zaterdag vinden de meeste bespelingen plaats, op maandag de minste. En verder: iets meer dan de helft van de beiaardiers wordt volgens de norm betaald; men is het liefst in vaste dienst bij een gemeente. Van de beiaardiers is 82% actief op facebook, 40% op YouTube. Christiaan Winter onderzocht 10 jaar geleden onder het publiek of er meer of minder beiaard gespeeld moest worden. Méér dus! Enkele uitspraken onder het kopje ‘Zorgen en Verzuchtingen’: “Zo mooi en geïnspireerd mogelijk spelen”, “Raak niet te ver weg van de traditie”, “Denk vanuit het heden en niet vanuit het verleden”. En: “hoog tijd voor een nieuwe facebook- en klankhygiëne”. Een interessante uitkomst van de enquête was ook de overduidelijke wens van beiaardiers om samen te werken, oude strijdbijlen te begraven ("minder gezeik"/"vrede tussen alle beiaardiers") en kennis te delen. Richard nodigde alle collega's uit om binnenkort een beiaardbiertje in Rotterdam te komen drinken en te brainstormen over een toekomstig samenwerkingsverbond tussen alle beiaardiers van Nederland en Vlaanderen. Wordt vervolgd.

Het predicaat

Aan het begin van een mysterieus programmaonderdeel kondigt Ada Boerma, de voorzitter van de NKV, hoog bezoek aan: de Commissaris van de Koning, de heer Willibrord van Beek. Waarop stiekem gehoopt werd, maar wat allerminst zeker was, werd bewaarheid: het heeft de Koning behaagd de NKV het predicaat Koninklijk te verlenen!
Na de toespraak van de heer Van Beek, waaruit zijn persoonlijke betrokkenheid bleek bij alles wat met klokken en uurwerken te maken heeft, werd de oorkonde overhandigd aan de voorzitter van de KNKV.
In een bevlogen toespraak schetste zij het belang van deze toekenning die niet zomaar verleend wordt. Die bovendien een geweldige opsteker is voor de gehele beiaardcultuur. Niet alleen voor onze vereniging maar voor alle betrokken organisaties wereldwijd: de opleidingsinstituten, de klokkengieters enz. Ada Boerma noemde het belang van samenwerking, het creëren van draagvlak, de overdracht aan de volgende generatie, en uiteindelijk de plaatsing op de UNESCO-lijst.

Is het predicaat toekomstbestendig? We zullen gefocust blijven op onze doelstelling. Een veerkrachtige organisatie kan overleven.

Met dank aan Z.K.H. koning Willem Alexander; dank aan CvdK de heer Van Beek, aan de burgemeester van Utrecht de heer Van Zanen en aan de voorzitter van onze Vlaamse zusterorganisatie, tevens voorzitter van de Beiaard Wereld Federatie, Koen Van Assche.

De robot Shimon

Museum Speelklok staat vol met muziekrobots maar het exemplaar waar wij vandaag mee kennismaakten was wel heel bijzonder. Het kwam onder de hoede van een begeleider uit Amerika. Marian van Dijk, directeur van het Museum, had in haar inleiding over het experimentele Robotiseringsproject al gewaarschuwd: “Het luistert als een mens maar speelt als een machine”. De deelnemers konden spelen op de reizende beiaard van Frank Steijns waar de robot met 6 armen, improviserend op een marimba, op reageerde.
De vraag was: kun je horen dat het geen mens is? Opvallend was dat hoe eenvoudiger de deelnemers speelden, hoe beter je kon volgen hóe het ding reageerde. Het leverde soms hilarische resultaten op. Alleen al de veelzeggende blikken van de spelers naar de robot: ‘En nu?...’.

Het laatste programmaonderdeel was ‘Hedendaagse beiaardpraktijk en vrijmoedige experimenten’, een concert door Malgosia Fiebig, de vaste bespeler van de Dombeiaard. We hoorden een beiaardbewerking die Arie Abbenes maakte van een suite van François Couperin, een medley van Radiohead-liedjes en werken van Berry van Berkum en Peter Vermeersch.

Met een gezellige borrel werd een uiterst geslaagde feestdag in de balzaal van het museum afgesloten.

Nog even oefenen: KNKV, KNKV...

Dick Klomp (met medewerking van de sprekers)

 Z.M. Koning Willem-Alexander heeft het predicaat “Koninklijk” toegekend aan de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging ter gelegenheid van haar 100-jarig jubileum. De feestelijke uitreiking van het predicaat door de commissaris van de Koning in de provincie Utrecht, de heer W.I.I. van Beek, vond plaats tijdens een symposium op maandag 1 oktober 2018, om 14.15 uur in het Museum Speelklok te Utrecht.

Op 20 juni 1918 is in Utrecht de.... klik hier om verder te lezen

Het festival Klinkend Erfgoed in Maastricht werd op 31 augustus in de Bonbonnière geopend met een symposium: Hoe kan klinkend erfgoed weer verbinden? Dit symposium begon met muziek om ons er aan te herinneren dat alles bij Klinkend Erfgoed in de eerste plaats om muziek draait. De 15-jarige beiaardier in opleiding Elien van den Broek stal direct de show met haar enthousiasme voor de beiaard en de bespeling van het rijdende carillon.

Opening

Daarop ging de burgemeester van Maastricht, mevrouw Penn-te Strake, in een korte toespraak uitgebreid in op het historische karakter van Maastricht als stad met vele monumenten, kerken en torens. Zij wees erop dat de functieverandering van een monumentaal gebouw een monument weer een toekomst kan geven. Zo was de Bonbonnière, het vroegere theater van Maastricht, ooit gebouwd als kerk. Vervolgens is het een theater geworden en nu vervult de Bonbonnière een belangrijke functie als evenementen- en vergaderlocatie in de binnenstad van Maastricht. Carillons en torenklokken hebben in het leven van de Maastrichtenaren altijd een belangrijke rol gespeeld. Als in Maastricht de grootste klok, de Grameer (dus de grandmère, de grootmoeder, uit 1515) luidt, gaan alle ramen open. Mevrouw Penn vindt het een voorrecht te mogen werken in een stadhuis met een eigen carillon.

De keynote van het symposium werd vervolgens gehouden door Luc Rombouts:

Het nieuwe nut van oude klokken

Klinkend erfgoed, torenklokken en carillons staan in de openbare ruimte. In tegenstelling tot het verleden hebben ze tegenwoordig vrijwel geen functie, geen 'nut' meer. Rombouts illustreert de rol van de klok in het verleden aan de hand van het verhaal uit de roman Gargantua van François Rabelais. Op een dag heeft Gargantua, die in Parijs woont, belletjes nodig om aan zijn paard te hangen en met dat doel steelt hij de luidklokken van de Notre Dame. Zodra Parijs zijn klokken kwijt is, raakt het openbare leven in de stad helemaal ontregeld. De professor, die probeert de klokken weer terug te krijgen, spreekt de reus toe met de volgende argumenten: ‘Een stad zonder klokken is als een blinde zonder stok, als een ezel zonder staartriem, als een koe zonder bel.’ De reus moet erg onder de indruk geraakt, want Parijs krijgt zijn klokken terug. Het verhaal van Rabelais illustreert de onvervangbaarheid van luidklokken in de samenleving van vijf eeuwen terug, toen stadsbesturen, ambachtsgilden en kerkbesturen ze gebruikten als boodschappers van hun autoriteit. De luidklok communiceerde letterlijk en figuurlijk top-down; ze was: “His Master’s voice”. Daar waar in het verleden de functie van de torenklok onmisbaar was, is in de 21-ste eeuw de enige redding voor het behoud van de torenklok de erkenning als cultureel erfgoed.

Waarom moeten klokken behouden worden? Volgens Rombouts is juist de klank van de klokken cultureel erfgoed, en het waard om in stand gehouden te worden omwille van zijn bijzondere sonische eigenschappen, zijn relatie met de menselijke geschiedenis en zijn capaciteit om reliëf te geven aan tijd en ruimte. Op welke manier kan de klokkenklank geborgd blijven als Klinkend Erfgoed? De klokkenklank heeft zich in het verleden steeds aangepast aan de behoeften van de eigen tijd en doet dat ook nu nog, namelijk aan onze behoefte aan gemeenschappelijkheid. Als voorbeeld noemt Rombouts de verbondenheid in België toen de Rode Duivels het tot een derde plaats schopten tijdens het WK voetbal. De klokkenklank is in wezen neutraal en krijgt betekenis door de context waarbinnen ze wordt ingezet. Dit betekent dat een (lokale) gemeenschap nieuwe collectieve gebeurtenissen of momenten kan kiezen om daar de klank van de torenklokken aan te verbinden: de wekelijkse markt, de aankondiging van het weekend, de overwinning van de plaatselijke sportclub en zo voorts. Zo ontstaan nieuwe rituelen, een “invented tradition”. Naar dit nieuwe verbinden van de klokkenklank zal niet lukken zonder bijkomende acties op lokaal niveau.

Rombouts doet een viertal aanbevelingen:

1. Leg de boodschap van de klok uit in begeleidende communicaties. Indien de klokken luiden om de wekelijkse markt in te leiden, communiceer dat dan ook vooraf. Indien de klokken in uw dorp luiden om een sterfgeval aan te kondigen, maak dan een twitter-account aan waarop de parochianen de naam van de overledene kunnen lezen. Als volgend jaar de klokken zullen luiden omdat Tom Dumoulin op de Alpe d'Huez de gele trui pakt, leg het dan uit op Facebook!

2. Geef klokken weer een naam. Vroeger hadden alle klokken een naam. Je respecteert iets of iemand pas wanneer je er een naam aan geeft. Wie van kent de klokken in zijn buurt bij naam? Ga ernaar op zoek en noem ze weer bij hun naam of zorg dat ze weer een naam krijgen.

3. Laat de klokken niet enkel horen, maar laat ze ook zien en voelen. De eenvoudigste manier om dit te realiseren is de klok aan het publiek te tonen. Gebruik daarvoor klokken met een onherstelbare barst, zoals de Liberty Bell in Philadelphia, of met een hoek af, zoals de Tsar Kolokol op het Kremlin in Moskou. Er zijn ook andere mogelijkheden om klokken te laten zien of voelen, zoals open-torendagen, een infobord met foto's onderaan de kerk, een QR-code met een link naar een filmpje, een replica van een klok op de begane grond. En waarom zou het luiden van klokken niet visueel kunnen worden weergegeven via livestreaming? Het zelf luiden van klokken is de ultieme manier om de betrokkenheid te verhogen: de klokkenluider wordt zelf de schepper van de klokkenklank.

4. Als klokken zijn verdwenen, breng ze dan weer tot leven. Aan de Dom van Keulen herinnert een plaat aan de beroemde Kaiserglocke, ooit de grootste klok van Europa, die in 1918 aan de oorlogsindustrie werd geofferd. In een Normandisch dorpje herinnert een plaat aan het klokluiden op D-Day in juni 1944. Uit deze en andere voorbeelden blijkt dat verhalen over oorlog, diefstal of verwoesting de lokale bevolking kunnen verbinden met het eigen cultureel erfgoed. Zo worden lokale klokken getransformeerd van “His Master’s voice” tot “the people’s voice”.

De toon van Het Klokhuis door Loes Wormmeester

In een interview door Edwin Rutte lichtte Loes Wormmeester vervolgens een tipje van de sluier op over het succes van Het Klokhuis, het NTR Jeugd programma bij de publieke omroep. Mevrouw Wormmeester houdt zich al jaren bezig met het maken van radio- en televisie programma’s. Zij ziet televisie voor de jeugd als een werkveld waarmee belangrijke boodschappen overgebracht en met een nieuwe generatie gedeeld kunnen worden. Zij gelooft in de kracht van het medium, maar constateert wel een verschuiving. Uit onderzoek blijkt dat de traditionele televisie steeds meer vervangen wordt door beeldschermen die via het internet overal en altijd aanwezig zijn. Het gebruik van Instagram en YouTube heeft een enorme vlucht genomen. In augustus 2018 heeft een internetbericht van Klokhuis via Instagram een gemiddeld bereik van 42.000.

De uitdaging voor Klokhuis is nu: hoe krijg je het jeugdige publiek geïnteresseerd in moeilijke onderwerpen en hoe ga je om met het gebruik van de nieuwe media? Een belangrijk uitgangspunt van Klokhuis is dat de informatie moet aanhaken bij de leefwereld van de kinderen. Als de informatie niet aanhaakt wordt deze niet onthouden. Daarbij moet rekening gehouden worden met de vier doelgroepen waarin de tegenwoordige jeugd verdeeld wordt: namelijk in de leeftijdscategorie van 3-5 jaar, van 6-8 jaar, van 9-10 jaar en van 11-12 jaar en ouder. Deze verschillende leeftijdsgroepen hebben stuk voor stuk specifieke kenmerken.

De doelgroep van Klokhuis bestaat uit de 7- tot 11-jarigen; zij zijn het meest ontvankelijk en kunnen bereikt worden met een mengsel van educatie en entertainment, waarbij humor en kennisoverdracht soepeltjes in elkaar overgaan. Het omslagpunt ligt bij de kinderen van groep 8; dan beginnen de interesses van kinderen ver uiteen te lopen en wordt het element van competitie erg belangrijk. Veel dingen worden dan opeens als kinderachtig gezien. Door alle leeftijdsgroepen heen loopt echter wel de behoefte van kinderen om vooral samen met hun ouders van alles te doen en te ondernemen.

Pecha Kucha

Na de lunch werden zes Pecha Kucha‘s gepresenteerd. Een Pecha Kucha bestaat uit twintig beelden die elk in twintig seconden toegelicht worden.

1. De beiaardcultuur als dagelijks erfgoed door Leo Samama. Leo ging in op de rol van klokken en carillons in het verleden en in het heden. Nog steeds klinken in kleine en grote steden carillons, die sfeer geven aan de stad. Het repertoire van het carillon past zich aan. “Hallo allemaal” uit de bekende televisieserie “De Luizenmoeder” is een ware beiaardhit geworden. Het carillon leeft en heeft toekomst.

2. Het orgel verbindt door Johan Zoutendijk. Johan constateert dat het orgel inspireert tot samenwerking van verschillende partijen. Bij de bouw van het orgel werken diverse disciplines, zoals houtbewerking, metaalbewerking en vormgeving samen. Er wordt samen met organisten, orgelmakers en vormgevers gezocht naar nieuwe en eigentijdse vormgeving van het orgel.

3. Een hightech impuls voor klinkend erfgoed door Jeu Schouten. Erfgoed wordt door middel van nieuwe technologie verbonden met de toekomst. Na jaren van onderzoek werd het geheim van “de Stradivarius-viool” ontrafeld. Momenteel worden nieuwe violen gebouwd die niet van een echte Stradivarius onderscheiden kunnen worden. De uitdaging is daarom om nu “het geheim van Hemony” te ontsluiten.

4. Monsieur Carillon: altijd oplossingsgericht denken door Jochem Schoots. Jochem ontwerpt en bouwt al jaren corsowagens voor het fruitcorso van Tiel. In 2017 maakte hij een unieke verbinding met Klinkend Erfgoed door een carillon in een corsowagen te bouwen. Monsieur Carillon was 12 meter lang en 6 meter hoog. In de toren stond een carillon met 43 klokken, 3 jacquemarts en een beiaardier die het carillon live bespeelden. Jochem won daarmee voor de 11e keer in zijn carrière de hoofdprijs.

5. Hoe betrek je de jeugd bij Klinkend Erfgoed door Richard de Waardt. Richard is stadsbeiaardier van Rotterdam. Hij ontplooit veel initiatieven om de beiaard naar de jeugdig publiek te brengen. Zo nodigde hij vorig jaar Beiaardpiet uit voor een concert tijdens de intocht van Sinterklaas. Momenteel verzamelt Richard kinderliedjes van de meer dan 165 verschillende nationaliteiten die in Rotterdam wonen. Zo wil hij een divers publiek aanspreken.

6. Hoe commercieel kan een carillon zijn? door Frank Steijns. Frank ging in op de vraag of een carillon zonder subsidies professioneel kan worden bespeeld en onderhouden. Hoewel Frank zelf een ondernemende beiaardier is die met zijn twee mobiele carillons een winstgevend bedrijf heeft opgezet, is zijn conclusie dat het carillon bij uitstek een publiek instrument is en dat ook moet blijven. Daarvoor zijn publieke middelen zinvol en noodzakelijk.

Deze Pecha Kucha’s en de lezingen leverden voldoende stof voor een interactief debat onder leiding van Edwin Rutten. Tijdens dat debat, tussen een panel en de zaal, werd gehoor gegeven aan de oproep de kansen en de doelen voor het Klinkend Erfgoedjaar 2020 te benoemen. Er werden ervaringen en ideeën uitgewisseld. De deskundige panelleden hebben bijgedragen aan verdieping en onderbouwing van de kaders. Alle panelleden waren het er over eens dat onderwijs van groot belang is voor de culturele vorming van kinderen. Daarbij gaat het vooral om het beleven en ervaren van cultuur. In het curriculum op school zou ook meer aandacht moeten komen voor het creatieve proces. Kinderen moeten op hun eigen niveau worden uitgedaagd om oplossingen te zoeken voor de problemen (ook creatieve problemen) die ze tegen komen.

Samenvatting

Als dagvoorzitter van het symposium heb ik de bijeenkomst afgesloten met een samenvatting.

Bij Klinkend Erfgoed draait het om klank, om muziek. Muziek was vandaag een belangrijk programmaonderdeel. Tijdens dit symposium was dan ook duidelijk te horen waarom en waarover we ons zo druk maken: de muziek. Er was een bijzondere rol toebedeeld aan Edwin Rutten die met de “Erfgoed blues” ’s ochtends direct de toon zette, en ons bewust heeft gemaakt van het belang van ieders ‘fantasieknopje’.

Tijdens het symposium zijn de kaders geschetst, de problemen benoemd en oplossingen aangereikt. Uit de bijdragen van de sprekers en de Pecha Kucha’s bleek een grote betrokkenheid bij en liefde voor het Klinkend Erfgoed. Kortom passie! Die betrokkenheid is een fantastische basis om verder te werken met het erfgoed. Je zou zeggen als er zulke bevlogen mensen zo betrokken zijn, heeft het Klinkend Erfgoed een grote toekomst.

Ik denk dat die conclusie een al te gemakkelijke is, maar liefde en passie maakt mensen in ieder geval creatief en innovatief. Het inspireert hen om gebaande paden te verlaten, nieuwe uitdagingen aan te gaan. Dat hebben de sprekers van vandaag met ons gedeeld. Hun onderzoek, hun voorbeeld, hun ervaringen kunnen anderen inspireren en helpen bij het zoeken van antwoorden op de centrale vraag van vandaag:

Hoe kan klinkend erfgoed weer verbinden?

Ik zou de dag tot slot in vijf sleutelwoorden willen samenvatten. Bij het leggen van verbinding gaat het om:

1. de beleving door Klinkend Erfgoed;

2. het aanhaken bij ervaringen en emoties;

3. zelf het voorbeeld geven en betrokken zijn;

4. het verschaffen van maatschappelijke betekenis;

5. creativiteit, ‘het fantasieknopje’.

Ik denk dat we kunnen terugkijken op een mooie afwisselende symposium. Het was een dag waarop niet alleen kennis en ervaring werd uitgewisseld, maar we ook genoten hebben van de muziek en de ambiance in de Maastrichtse Bonbonnière.

Ada Boerma, voorzitter NKV
Ammerzoden, 11 september 2018

 

HEUSDEN — In het jaar dat vestingstad Heusden 700 jaar geschiedenis viert kon het niet uitblijven: een festival gewijd aan Jacob van Eyck, de bekendste stadsbewoner aller tijden. Van vrijdag 26 tot en met zondag 28 oktober klinkt overal in het stadje muziek van deze rond 1590 geboren blinde componist die baanbrekend werk deed voor het klokkenspel en wereldwijd furore maakte met zijn blokfluitmuziek. Het festival is gratis toegankelijk.

Cabaretier, columnist en muzikant Vincent Bijlo, zelf ook blind, opent het festival met een korte conference op vrijdagmiddag 26 oktober om 17 uur. ‘Mijn beelden zijn geluiden’ is een bekende uitspraak van hem. Plaats van handeling is het oude stadhuis van Heusden. Bijlo heeft zelf een bijzondere voorliefde voor de beiaard. Afgelopen jaar bespeelde hij nog het machtige klokkenspel van de Dom in Utrecht, de plek waar Van Eyck zijn grote roem opbouwde. Na de conference opent de Heusdense wethouder Mart van der Poel officieel het festival, waarbij het eerste exemplaar van de festivalgids aan hem wordt uitgereikt. De gids is vanaf dat moment op alle festivallocaties verkrijgbaar voor € 5,-.

Hoogtepunt van het festival is het spectaculaire concert Ode aan Jacob van Eyck, op zaterdagavond 27 oktober om 20:00 uur in de Catharijnekerk. De internationaal bekende topblokfluitist Erik Bosgraaf speelt dan met zijn ensemble Cordevento en stadsbeiaardier Peter Bremer een programma dat geheel aan de muziek van van Eyck is gewijd. De verbluffende geluidseffecten van ‘sound artist’ Jorrit Tamminga maken het concert extra spannend, ook voor iedereen die niet zo vertrouwd is met klassieke muziek. Een speciale gastrol in het concert is weggelegd voor leerlingen van muziekschool De Aleph uit Drunen. Om zeker te zijn van goede plaatsen bij dit concert, wordt aangeraden uw plaatsen online te reserveren.

Verder zijn er gedurende het weekend vele optredens, carillonbespelingen, lezingen, een tentoonstelling met rondleidingen, een masterclass blokfluit door Erik Bosgraaf, een improvisatieconcert in het donker en een creatieve workshop voor kinderen.

Ga naar www.jacobvaneyckfestival.nl voor meer informatie en reserveringen.

SCHOONHOVEN — Op donderdag 13 september 2018 overleed Jaap van der Ende, 90 jaar oud. Hij werd geboren in het statige woonhuis Tol 6 in Schoonhoven en heeft daar zijn hele leven gewoond. Wij herinneren ons zijn bevlogen beiaardspel, de inspirerende wijze waarop hij over de beiaardkunst vertellen kon, zijn ter zake kundige en artistieke advieswerk op gebied van restauratie en nieuwbouw van carillons, de wijze waarop hij grondlegger en animator was van het Dordtse 'change ringing', de onvermoeibare wijze waarop hij telkens weer kans zag de beiaard onder de aandacht te brengen.

Zijn vader had in Schoonhoven een restauratiebedrijf, meubelmakerij en stoffeerderij. In de werkplaats in het achterhuis kreeg Jaap van zijn vader een opleiding in dit bedrijf. Daarnaast studeerde hij van 1950 tot 1958 aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam beeldhouwkunst, tekenen en boetseren. Aanvankelijk was schrijnwerker en restaurateur zijn beroep.

Toen de oude beiaardier A.C. Lensen een assistent zocht, kwam Jaap bij toeval met de beiaard in aanraking. Hij werd zeer enthousiast en bespeelde vanaf 1953 nagenoeg iedere zaterdag de beiaard van Schoonhoven. Ook volgde hij lessen aan de Nederlandse Beiaardschool bij Leen ’t Hart en behaalde in 1961 het Staatsdiploma A en in 1963 het Staatsdiploma B voor beiaard. In 1966 werd hij tot stadsbeiaardier van Dordrecht benoemd, maar was ook tientallen jaren beiaardier van Gouda, Woerden, Oudewater, Zoetermeer en Bergambacht.

Jaap van der Ende was beslist begeesterd door het instrument en probeerde zo veel mogelijk de klokken onder de aandacht van de mensen te brengen. Hij had frequent contact met luisteraars en introduceerde in Dordrecht de open-toren concerten. Na deze concerten waren er bijeenkomsten in ’t Klockhuys naast de toren om erover na te praten.

Van der Ende was kritisch omtrent de muziek die op een beiaard gespeeld moest worden. Zelf was hij een liefhebber van volksliederen. Van onbegrijpelijke moderne stukken moest hij weinig hebben. Zoiets is funest voor een openbaar instrument. Repertoire moest met zorg worden gekozen. Voor zijn concertprogramma’s koos hij graag werken van één componist of composities uit één stijlperiode. Ook vond hij dat de instrumenten viool, luit, en cello veel gemeen hebben met de beiaard. Vandaar dat hij tijdens concerten alle viool-solowerken en alle luitwerken van Bach vertolkte. Een gelukkige omstandigheid is dat Van der Ende de bekende Dordste componist Kors Monster heeft weten te inspireren tot het schrijven van een aantal nog altijd zeer gewaardeerde originele beiaardwerken.

In 1971 werd op initiatief van Van der Ende het Dordtse Wisselluidersgilde opgericht, een traditie die uit Engeland overgenomen werd, om klokken met de hand te luiden. Op de Kaapstandzolder van de Dordste toren hangen nog altijd de acht luidtouwen van de wisselluiders.

Hij zette zich met veel passie in voor het behoud van de monumentale binnenstad van Schoonhoven. Dit leidde in 1973 tot de oprichting van de Historische Vereniging Schoonhoven. Tot zijn afscheid in 2005 was hij er voorzitter van en in die hoedanigheid het historisch geweten van de stad. Van nature was hij beminnelijk, maar hij kon, wanneer dat nodig was, zijn standpunten fel en met overtuiging verdedigen.

Van der Ende is ook lang, namelijk van 1962 tot 1975, beiaardadviseur van de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging geweest. Nadien bracht hij nog vaak op persoonlijke titel adviezen uit. Bijvoorbeeld voor de grote restauratie van de beiaard van de Domtoren in de periode 1972-1974. In het in 1981 verschenen boek ‘Ergens beginnen de klokken hun lied’ beschrijft Van der Ende uitgebreid de speeltechnische en akoestische overwegingen die bij die restauratie een rol speelden. Hij heeft ook altijd veel tijd besteed aan het technisch perfectioneren van zijn eigen instrumenten.

In 1981 werd Jaap van der Ende benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Bij zijn pensionering en afscheid in 1993 kreeg hij een vriendenboek, een Renaissance-trombone en de erepenning in brons van de stad Dordrecht.

Lees meer op de website over Jaap van der Ende.

Hylke Banning

 

WEERT — Tieners die verbaast om zich heen kijken en vervolgens naar boven kijken naar de kerktoren, waar de muziek van het carillon vandaan komt. Dat weten ze wel, maar waar komt dat stemgeluid, dat gezang vandaan? Verbaast kijken ze om zich heen om vervolgens hun mobiel te raadplegen. Misschien heeft die het antwoord. Het gebeurde op de Markt in Weert op 4 september tijdens het concert van Madieke Marjo, mezzosopraan, Martine Wijers, piano en Frank Steijns carillon vanaf de Sint Martinuskerk te Weert. Dit concert vond plaats in het kader van het Festival Klinkend Erfgoed dat van 31 augustus tot en met 5 september plaats vond in Maastricht, Nederlands en Belgisch Limburg.

Niet alleen in Weert keken de mensen op de terrassen verbaast om zich heen. In Venlo gebeurde hetzelfde. In Maastricht waren de luisteraars minder verrast, het gebeurt wel vaker dat er in combinatie met het carillon andere muziekklanken over de stad dwarrelen. Deze dagen konden de Maastrichtenaren o.a. genieten van het carillon met Franse Chansons, carillon met DJ collectief “Sonorous Cell”. In Heerlen was het programma “Carillon Request” een succes. Luisteraars konden per app een verzoek nummer indienen, dat vervolgens op carillon en keyboard uit gevoerd werd. Tijdens het Dance, Trance the Bells, op het terrein van Festival Bruis hebben honderden mensen gedanst op de klanken van het rijdende carillon in samenwerking met een DJ. Traditionele bespelingen kwamen ook ruimschoots aan bod, o.a. op zaterdag 1 september, tijdens de klokkenestafette in Nederlands en Belgisch Limburg. De klokkenestafette ging van Venlo, via Hasselt, Heerlen, Peer, Weert, naar Maastricht.

Het Festival Klinkend Erfgoed draaide niet alleen om carillons, ook de orgels kwamen ruimschoots aan bod tijdens de lunchconcerten door studenten van het Conservatorium Maastricht en Euroregio orgelconcerten door internationale organisten. Een bijzondere ervaring was de live orgelbegeleiding bij de stomme film “Der müde Tod” (Frits Lang) uit 1921. Het was heel bijzonder om te ervaren hoe muziek een beeld krachtig maakt. Het slotconcert door Aart Bergwerff vond plaats op 5 september in de Romaanse Onze Lieve Vrouwen Basiliek. Deze middeleeuwse basiliek leende zich bij uitstek voor de uitvoering van “Concert Spirituel”: Canto Ostinato van Simeon ten Holt.

Het carillon, onderdeel van de openbare ruimte, is zichtbaar en hoorbaar voor iedereen, die zich binnen de klankcirkel bevindt. Het orgel is voor het publiek minder toegankelijk, voor orgelmuziek moet je een kerk ingaan. Toch heeft het publiek in Maastricht van orgelklanken kunnen genieten. Op zaterdagmiddag 1 september stond het dansorgel “De Lange Gavioli” op het Vrijthof opgesteld. Bij het oudere publiek riep dit orgel herinneringen op aan vroeger tijden. Het jongere publiek begon soms spontaan een dansje te maken op de klanken van het orgel.

Woensdagmiddag 5 september stond helemaal in het teken van jeugd en orgel. Op het Vrijthof stonden een miniatuur orgeltje en een minidraaiorgeltje opgesteld. Aan de hand van deze twee instrumenten werd aan de kinderen uitgelegd hoe klank ontstaat. Vervolgens gaf de organist van de Sint Janskerk in de kerk tekst en uitleg over het orgel. Tot slot mochten de kinderen naar boven, naar het orgel. Toen was de verleiding wel heel erg groot om zelf wat te spelen op het orgel.

Het Festival Klinkend Erfgoed in Maastricht was een succes. Het is een van de mogelijkheden om de schatten van het klinkende erfgoed onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Dat is de grote uitdaging voor alle professionals, beiaardiers, organisten, orgelbouwers en klokkengieters en alle eigenaren en liefhebbers van het culturele erfgoed. Ik hoop dat Maastricht een basis heeft gelegd waarop al deze partijen elkaar vinden om gezamenlijk deze uitdaging op te pakken en een succes te maken van het Europese jaar van het Klinkend Erfgoed.

Ada Boerma, voorzitter NKV
Ammerzoden, 11 september 2018