Een beiaard, carillon of klokkenspel is een muziekinstrument dat bestaat uit een reeks gestemde klokken. De traditie van het beiaardspelen is kenmerkend cultureel erfgoed van de ‘Lage Landen’ : Nederland en België. De meeste beiaarden zijn dan ook hier te vinden. 

Het instrument wordt handmatig bespeeld door middel van een klavier, bestaande uit houten stokken en pedalen die met draden zijn aangesloten op de klepels van de klokken. Deze houten stokken zijn gegroepeerd als de toetsen van een piano of orgel. De beiaardier (degene die het instrument bespeelt) slaat met de zijkant van zijn gebalde vuisten of met zijn vingers de toetsen aan. Het (aangehangen) pedaal wordt met de voeten bespeeld.

Daarnaast kunnen de klokken ook door een automatisch speelwerk tot klinken worden gebracht. Dat automatisch speelwerk kan zijn aangesloten op hamers aan de buitenkant van de klokken of op het klavier en daardoor op de klepels in de klokken. Meestal hangt het instrument in een toren maar heden ten dage is het mobiele carillon behoorlijk in opmars.

De ontwikkeling van het toreninstrument

In de Oudheid werden al klokjes gemaakt en gebruikt. China, Zuidoost-Azië en landen rond de Middellandse Zee kenden priester- of tempelbellen. Ook konden klokken worden gebruikt voor signalen bij het openen of sluiten van badhuis of markt. En soms werden ze aan paarden gehangen om kwade machten af te weren. Een verbinding met het middeleeuwse christelijke West-Europa lijkt aannemelijk. Daarbij speelden monniken een belangrijke rol. Zij ontdekten in hun kloosters het nut van klokken en hadden eeuwenlang het monopolie van het gieten daarvan. Klokken, klein van omvang en gewicht, konden dienen om gebedsuren, de tijden van opstaan, eten en slapen aan te kondigen. Het volledige verhaal van Heleen van der Weel is te vinden in een PDF-document, klik hier. 

Afbeeldingen van enkele Nederlandse beiaardtorens kunt u vinden op onze oude website, klik hier.