DOESBURG — In het kader van het jubileumprogramma van NKV 100 jaar werden componisten uitgenodigd om deel te nemen aan een masterclass “Componeren voor de beiaard” en bij die gelegenheid een nieuwe compositie te maken voor de jarige NKV. Deze masterclass werd in juni 2018 gegeven door de gerenommeerde componist en docent Peter-Jan Wagemans. De 14 deelnemers hadden in april de workshop "Componeren voor de beiaard" gevolgd bij Frans Haagen en Gijsbert Kok, waarna ze aan de slag waren gegaan met het maken van een compositie voor beiaard.

Aan het begin van de workshop werd er op aangedrongen om creatief om te gaan met het instrument en gebruik te maken van alle mogelijkheden die de beiaard biedt. De compositie mocht voor beiaard- solo zijn of voor beiaard met andere instrumenten, waarbij ook het gebruik van elektronica als een optie werd genoemd. De deelnemers kregen een ervaren beiaardier toegewezen die als coach fungeerde en steun gaf bij het maken van de compositie.

Alle composities werden op 29 juni aan Peter-Jan Wagemans, de docent van de masterclass, voorgelegd. Op grond van de adviezen van de docent en op grond van de discussies over de composities kon een nieuwe verbeterde versie van de stukken na de zomer worden ingeleverd.

Peter-Jan Wagemans koos hieruit de vijf beste composities, die op 4 november zullen worden uitgevoerd op het carillon van de Martinitoren in Doesburg. De componisten van de bekroonde werken zijn: Nikos Kokolakis, Yael Levy, Harm Roché van Tiddens, Joris van Suijdam en Eveline Vervliet.

De carillonbespeling op 4 november begint om 14.00 uur en duurt ongeveer 3 kwartier. Na afloop van dit concert zal de burgemeester van Doesburg om 15.00 uur de prijzen uitreiken aan de componisten van de bekroonde werken. Deze gebeurtenis zal plaatsvinden in de grote zaal van de nabij gelegen Gasthuiskerk.

De vijf composities worden door Beiaardcentrum Nederland in een bundel uitgegeven. Na afloop van de prijsuitreiking kan deze bundel in de foyer van de Martinikerk worden aangeschaft. Intekenen via de webshop van Beiaardcentrum Nederland wordt aanbevolen.

Met de uitvoering van de composities eindigt het project “Componeren voor de beiaard”. Het is daarmee ook het sluitstuk van het jubileumprogramma 2018 van de KNKV.

UTRECHT — Op 1 oktober 2018 waren uit het hele land en België NKV-ers, beiaardiers en beiaardliefhebbers naar Utrecht getogen. Daar werd met een symposium het eeuwfeest van de NKV én het 90-jarig bestaan van de Utrechtse Klokkenspel Vereniging gevierd. De locatie kon niet beter: in Museum Speelklok konden de circa 80 deelnemers voor de lezingen terecht in een fraaie, goed geoutilleerde zaal. Buiten het gebouw kon je met een geleend klapstoeltje op een rustig pleintje naar de concerten luisteren, met onbelemmerd uitzicht op de Domtoren.

De voorzitter van de jubileumcommissie, Peter Hesseling, memoreerde alle activiteiten die al hebben plaatsgevonden en nog komen in het kader van dit jubileumjaar. Zoals de boottocht in Amsterdam op 12 oktober langs 5 carillons en de compositiewedstrijd.

Drs. Heleen van der Weel, historica en oud-stadsbeiaardier van Den Haag, vertelde over het ontstaan en de vroegste geschiedenis van de NKV onder de titel ‘Het is een wanhopig, ondankbaar werk en ook nog slecht betaald.’ Deze verzuchting stond te lezen in het blad van de Nederlandse Organistenvereniging die in 1890 was opgericht. Organisten zijn veelal ook beiaardier en de redactie bood gelegenheid voor het plaatsen van artikelen in hun blad ‘Het Orgel’. Eerst terloops, later in een vaste eigen rubriek. De publicaties behelsden vooral het verval en hoe herleving te bereiken.
Aandacht voor de slechte toestand van veel instrumenten maar ook het besef van het ‘rijke bezit’, ergernis over dubieuze liedjes die vanaf de torens klonken, leidden tot de oprichting in 1918 van de Algemeene Klokkenspel-Vereniging.
De beginjaren werden gekenmerkt door de tegenstelling in de tractuursystemen tussen toets en klepel. Het aloude broeksysteen kreeg concurrentie van een systeem met tuimelaars dat door de Mechelse beiaardier Jef Denijn was verbeterd. In Nederland was aanvankelijk veel weerstand tegen dit systeem. Uiteindelijk vond het steeds meer ingang bij de bouw van nieuwe instrumenten.
Heleen eindigde haar betoog met een anekdote: een journalist had Willem Créfeld in de Waag zien spelen met een soort kinderschoentjes om zijn handen gebonden waarmee hij met alle kracht op de toetsen sloeg.
Die kinderschoenen is de beiaardcultuur nu wel ontgroeid, aldus Heleen.

Tussen de voordrachten door konden we luisteren naar de concerten vanaf de Domtoren. Dirk S. Donker, stadsbeiaardier van Sneek en Joure, illustreerde het betoog van Heleen met Nederlandse beiaardmuziek uit de beginjaren van de NKV, muziek van o.a. Timmermans, Créman en J.A.H.Wagenaar (met initialen om alle Wagenaars uit elkaar te houden).
Vervolgens speelde Gijsbert Kok, stadsbeiaardier van Den Haag, Voorschoten en Zoetermeer, Utrechtse beiaardmuziek van o.a. Jan Wagenaar, Wouter Paap en Chris Bos. Hij gaf daarmee een voorzet tot het verhaal van Arie Abbenes, oud-stadsbeiaardier van Utrecht, over de bijdrage van de Utrechtse Klokkenspel Vereniging aan de ontwikkeling van de Nederlandse beiaardkunst.

Vooruitgang vanuit conservatisme’ was het motto van de lezing van Arie Abbenes. De UKV is in 1928 opgericht maar de vroege geschiedenis kon niet onvermeld blijven. In 1624 begon de samenwerking tussen Jhr. Jacob van Eijck en de gebroeders Hemony, die voor de beiaardcultuur verstrekkende gevolgen heeft gehad. J.P.A. Fischer schreef in 1738 een standaardwerk ‘Verhandeling van de klokken en het klokke-spel’ en vader en (met name) zoon Nieuwenhuijsen (samen 91 jaar stadsbeiaardier!) bewaarden hun versteken en verzamelden veel muziekhandschriften waaronder veel operafantasieën.
De campanoloog André Lehr en anderen somberden over verval van de beiaardcultuur maar dat ging volgens Abbenes voor Utrecht niet op. Drie generaties Wagenaar drukten hun stempel op de Utrechtse beiaardcultuur. Wagenaar I wordt gezien als de voortrekker van de muziek van de 20e eeuw; Wagenaar II promootte herkenbare liederen en volkmuziek en Wagenaar III speelde ook origineel beiaardrepertoire en volksliederen uit andere landen. De beide laatsten speelden met vlakke hand en gespreide vingers die volgens Abbenes later resulteerde in een verantwoorde synthese tussen de Vlaamse en Hollandse speelwijze. Ook hielden zij het gespeelde repertoire bij. Zo weten we dat 60% van de liedbewerkingen van Utrechtse origine was, van o.a. Catharina van Rennes.
De controverse tussen het aloude broeksysteem en de methode die Jef Denyn in Mechelen had toegepast deed zich ook in Utrecht gelden. Denyn adviseerde Utrecht het nieuwe systeem met tuimelaars toe te gaan passen maar een commissie die het advies moest beoordelen voelde daar niets voor. De NKV die te maken had met de twee kampen, organiseerde daarom in 1927 een concours dat plaatsvond in twee steden: in Utrecht, dat het broeksysteem had, en in Den Bosch, waar de beiaard gerichte tuimelaars had.
Dit concours vormde de aanzet tot de oprichting – via de Utrechtse Carillon Commissie en de Ned. Klokken en Orgelraad - van de UKV die vanaf dan Zomeravondconcerten organiseerde.
Vanaf de jaren 70 pakt de UKV samen met de Gemeente Utrecht een aantal projecten aan: o.a. de restauratie van het Dom-carillon en de trommel; herstel van het Van Wou-gelui (hieruit ontstond het Utrechts Klokkenluiders Gilde) en de nieuwbouw in Vleuten.
Met de stuwende kracht van projectmanager Dick van Dijk werkt de UKV nauw samen met het UKG, Museum Speelklok, Gaudeamus en maakt deel uit van het Festival Oude Muziek: het Beiaardfestival Oude Muziek.

Richard de Waardt, stadsbeiaardier van Rotterdam belichtte ‘Recente ontwikkelingen in de beiaardkunst, blik op de toekomst’. Hij stak de loftrompet over alle goede dingen die momenteel gaande zijn in Nederland & Vlaanderen. Nieuwe instrumenten, uitgaven van nieuwe muziek en literatuur, het uitwisselen van muziek via moderne media, het verschijnsel ‘de mobiele beiaard’ waar pionier Boudewijn Zwart mee is begonnen en de innoverende projecten die daarmee worden ondernomen, de erkenning van het Immateriële Erfgoed, twee professionele beiaardscholen, de jeugdklas van Mechelen waar veel kinderen beiaard leren spelen, jong talent zoals Elien Van den Broeck, Jasper Depraetere en Bob van der Linde, enz. Maar bovenal zette hij de meer dan 80 beiaardiers in het zonnetje die iedere week naar boven klauteren en volgens hem de echte helden zijn. Vervolgens schilderde hij het huidige beiaardlandschap in Nederland en België. Dat deed hij aan de hand van een originele prezi-presentatie waarin de uitkomst van een enquête werd getoond die hij onder 80 beiaardiers heeft gehouden. Enkele willekeurige uitslagen: de meeste plaatsen kennen twee bespelingen per week; het aandeel barok/classicisme scoort het hoogst; popmuziek en barok hoor je het meest tijdens de wekelijkse bespelingen; het aantal religieuze titels neemt sterk af; op zaterdag vinden de meeste bespelingen plaats, op maandag de minste. En verder: iets meer dan de helft van de beiaardiers wordt volgens de norm betaald; men is het liefst in vaste dienst bij een gemeente. Van de beiaardiers is 82% actief op facebook, 40% op YouTube. Christiaan Winter onderzocht 10 jaar geleden onder het publiek of er meer of minder beiaard gespeeld moest worden. Méér dus! Enkele uitspraken onder het kopje ‘Zorgen en Verzuchtingen’: “Zo mooi en geïnspireerd mogelijk spelen”, “Raak niet te ver weg van de traditie”, “Denk vanuit het heden en niet vanuit het verleden”. En: “hoog tijd voor een nieuwe facebook- en klankhygiëne”. Een interessante uitkomst van de enquête was ook de overduidelijke wens van beiaardiers om samen te werken, oude strijdbijlen te begraven ("minder gezeik"/"vrede tussen alle beiaardiers") en kennis te delen. Richard nodigde alle collega's uit om binnenkort een beiaardbiertje in Rotterdam te komen drinken en te brainstormen over een toekomstig samenwerkingsverbond tussen alle beiaardiers van Nederland en Vlaanderen. Wordt vervolgd.

Het predicaat

Aan het begin van een mysterieus programmaonderdeel kondigt Ada Boerma, de voorzitter van de NKV, hoog bezoek aan: de Commissaris van de Koning, de heer Willibrord van Beek. Waarop stiekem gehoopt werd, maar wat allerminst zeker was, werd bewaarheid: het heeft de Koning behaagd de NKV het predicaat Koninklijk te verlenen!
Na de toespraak van de heer Van Beek, waaruit zijn persoonlijke betrokkenheid bleek bij alles wat met klokken en uurwerken te maken heeft, werd de oorkonde overhandigd aan de voorzitter van de KNKV.
In een bevlogen toespraak schetste zij het belang van deze toekenning die niet zomaar verleend wordt. Die bovendien een geweldige opsteker is voor de gehele beiaardcultuur. Niet alleen voor onze vereniging maar voor alle betrokken organisaties wereldwijd: de opleidingsinstituten, de klokkengieters enz. Ada Boerma noemde het belang van samenwerking, het creëren van draagvlak, de overdracht aan de volgende generatie, en uiteindelijk de plaatsing op de UNESCO-lijst.

Is het predicaat toekomstbestendig? We zullen gefocust blijven op onze doelstelling. Een veerkrachtige organisatie kan overleven.

Met dank aan Z.K.H. koning Willem Alexander; dank aan CvdK de heer Van Beek, aan de burgemeester van Utrecht de heer Van Zanen en aan de voorzitter van onze Vlaamse zusterorganisatie, tevens voorzitter van de Beiaard Wereld Federatie, Koen Van Assche.

De robot Shimon

Museum Speelklok staat vol met muziekrobots maar het exemplaar waar wij vandaag mee kennismaakten was wel heel bijzonder. Het kwam onder de hoede van een begeleider uit Amerika. Marian van Dijk, directeur van het Museum, had in haar inleiding over het experimentele Robotiseringsproject al gewaarschuwd: “Het luistert als een mens maar speelt als een machine”. De deelnemers konden spelen op de reizende beiaard van Frank Steijns waar de robot met 6 armen, improviserend op een marimba, op reageerde.
De vraag was: kun je horen dat het geen mens is? Opvallend was dat hoe eenvoudiger de deelnemers speelden, hoe beter je kon volgen hóe het ding reageerde. Het leverde soms hilarische resultaten op. Alleen al de veelzeggende blikken van de spelers naar de robot: ‘En nu?...’.

Het laatste programmaonderdeel was ‘Hedendaagse beiaardpraktijk en vrijmoedige experimenten’, een concert door Malgosia Fiebig, de vaste bespeler van de Dombeiaard. We hoorden een beiaardbewerking die Arie Abbenes maakte van een suite van François Couperin, een medley van Radiohead-liedjes en werken van Berry van Berkum en Peter Vermeersch.

Met een gezellige borrel werd een uiterst geslaagde feestdag in de balzaal van het museum afgesloten.

Nog even oefenen: KNKV, KNKV...

Dick Klomp (met medewerking van de sprekers)

 Z.M. Koning Willem-Alexander heeft het predicaat “Koninklijk” toegekend aan de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging ter gelegenheid van haar 100-jarig jubileum. De feestelijke uitreiking van het predicaat door de commissaris van de Koning in de provincie Utrecht, de heer W.I.I. van Beek, vond plaats tijdens een symposium op maandag 1 oktober 2018, om 14.15 uur in het Museum Speelklok te Utrecht.

Op 20 juni 1918 is in Utrecht de.... klik hier om verder te lezen

AMSTERDAM — Op vrijdag 12 oktober, in een herfstachtige setting maar met zomerse temperaturen, voer een boot volgeladen met beiaardliefhebbers uit het hele land langs de vijf carillons die de binnenstad van Amsterdam rijk is.

Het was de oude trekschuit Hildebrand. Het paard was door een elektromotor vervangen. De schipper legde de boot vakkundig aan op plaatsen waar telkens de toren met het carillon goed te zien en te horen was.

Reinier Sijpkens
Afwisselend bespeelden de beide stadsbeiaardiers van Amsterdam, Gideon Bodden en Boudewijn Zwart, de beiaarden van de Munt (Gideon), de Zuidertoren (Boudewijn), de Oudekerkstoren (Gideon) en de Westertoren (Boudewijn).

Op de Munttoren speelde Gideon een improvisatie op de melodie ‘Dan mocht de beiaard spelen..’ dat hem via een smartphone-verbinding vanaf de boot werd aangereikt.

Vanaf het water was het spel goed te volgen ondanks het onvermijdelijke stedelijk rumoer. Zo moest er tijdens het spelen van ‘Ma mère l'oye’ door Gideon op de Oudekerkstoren voor onze neus nodig een platbodem uit de gracht getakeld worden.

Na de potpourri van Boudewijn op de Westertoren (zie foto) wachtte ons een verrassing: watermuzikant Reinier Sijpkens kwam langszij varen in zijn ‘Notendop’ en zorgde met zijn trompet en draaiorgel in dialoog met het carillon voor een vrolijke noot. Zie: https://www.youtube.com/watch?v=we7ZoqOPy60&index=5&list=PLPuV4zgsZR7Kg_nyT5ycg5BDluduS1szV

Omdat het al weer even geleden is dat de Dam per schuit bereikbaar was moesten de tochtgenoten het laatste stukje te voet afleggen. Op de beiaard van het Paleis op de Dam werd het slotconcert gegeven door oud-stadsbeiaardier en organisator van deze dag, Bernard Winsemius. Voor de luisteraars was een uitstekende luisterplaats geregeld: de Eggertzaal boven het café van de Nieuwe Kerk. Door de open ramen kwam de klank van de paleisbeiaard luid en duidelijk door.

Westertoren Amsterdam
Na een hapje en drankje bedankte voorzitter Ada Boerma allen voor hun aanwezigheid bij deze geslaagde carillonvaartocht. Zij bedankte de drie concertgevers, en speciale dank ging naar Bernard Winsemius voor de voortreffelijke organisatie van deze onvergetelijke dag.

Deze tocht door de grachten van Amsterdam, de beiaard hoofdstad van de wereld, was een van de laatste activiteiten in het kader van het eeuwfeest van de Koninklijke Nederlandse Klokkenspel-Vereniging.

Maar er komt nog een toegift: op zondag 4 november in Doesburg. In het kader van de culturele zondag zullen de resultaten van de Masterclass componeren voor het publiek te horen zijn. Een echte “grande finale” en passende afsluiting van een mooi jubileum programma.

Dick Klomp

HEUSDEN — In het jaar dat vestingstad Heusden 700 jaar geschiedenis viert kon het niet uitblijven: een festival gewijd aan Jacob van Eyck, de bekendste stadsbewoner aller tijden. Van vrijdag 26 tot en met zondag 28 oktober klinkt overal in het stadje muziek van deze rond 1590 geboren blinde componist die baanbrekend werk deed voor het klokkenspel en wereldwijd furore maakte met zijn blokfluitmuziek. Het festival is gratis toegankelijk.

Cabaretier, columnist en muzikant Vincent Bijlo, zelf ook blind, opent het festival met een korte conference op vrijdagmiddag 26 oktober om 17 uur. ‘Mijn beelden zijn geluiden’ is een bekende uitspraak van hem. Plaats van handeling is het oude stadhuis van Heusden. Bijlo heeft zelf een bijzondere voorliefde voor de beiaard. Afgelopen jaar bespeelde hij nog het machtige klokkenspel van de Dom in Utrecht, de plek waar Van Eyck zijn grote roem opbouwde. Na de conference opent de Heusdense wethouder Mart van der Poel officieel het festival, waarbij het eerste exemplaar van de festivalgids aan hem wordt uitgereikt. De gids is vanaf dat moment op alle festivallocaties verkrijgbaar voor € 5,-.

Hoogtepunt van het festival is het spectaculaire concert Ode aan Jacob van Eyck, op zaterdagavond 27 oktober om 20:00 uur in de Catharijnekerk. De internationaal bekende topblokfluitist Erik Bosgraaf speelt dan met zijn ensemble Cordevento en stadsbeiaardier Peter Bremer een programma dat geheel aan de muziek van van Eyck is gewijd. De verbluffende geluidseffecten van ‘sound artist’ Jorrit Tamminga maken het concert extra spannend, ook voor iedereen die niet zo vertrouwd is met klassieke muziek. Een speciale gastrol in het concert is weggelegd voor leerlingen van muziekschool De Aleph uit Drunen. Om zeker te zijn van goede plaatsen bij dit concert, wordt aangeraden uw plaatsen online te reserveren.

Verder zijn er gedurende het weekend vele optredens, carillonbespelingen, lezingen, een tentoonstelling met rondleidingen, een masterclass blokfluit door Erik Bosgraaf, een improvisatieconcert in het donker en een creatieve workshop voor kinderen.

Ga naar www.jacobvaneyckfestival.nl voor meer informatie en reserveringen.

SCHOONHOVEN — Op donderdag 13 september 2018 overleed Jaap van der Ende, 90 jaar oud. Hij werd geboren in het statige woonhuis Tol 6 in Schoonhoven en heeft daar zijn hele leven gewoond. Wij herinneren ons zijn bevlogen beiaardspel, de inspirerende wijze waarop hij over de beiaardkunst vertellen kon, zijn ter zake kundige en artistieke advieswerk op gebied van restauratie en nieuwbouw van carillons, de wijze waarop hij grondlegger en animator was van het Dordtse 'change ringing', de onvermoeibare wijze waarop hij telkens weer kans zag de beiaard onder de aandacht te brengen.

Zijn vader had in Schoonhoven een restauratiebedrijf, meubelmakerij en stoffeerderij. In de werkplaats in het achterhuis kreeg Jaap van zijn vader een opleiding in dit bedrijf. Daarnaast studeerde hij van 1950 tot 1958 aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam beeldhouwkunst, tekenen en boetseren. Aanvankelijk was schrijnwerker en restaurateur zijn beroep.

Toen de oude beiaardier A.C. Lensen een assistent zocht, kwam Jaap bij toeval met de beiaard in aanraking. Hij werd zeer enthousiast en bespeelde vanaf 1953 nagenoeg iedere zaterdag de beiaard van Schoonhoven. Ook volgde hij lessen aan de Nederlandse Beiaardschool bij Leen ’t Hart en behaalde in 1961 het Staatsdiploma A en in 1963 het Staatsdiploma B voor beiaard. In 1966 werd hij tot stadsbeiaardier van Dordrecht benoemd, maar was ook tientallen jaren beiaardier van Gouda, Woerden, Oudewater, Zoetermeer en Bergambacht.

Jaap van der Ende was beslist begeesterd door het instrument en probeerde zo veel mogelijk de klokken onder de aandacht van de mensen te brengen. Hij had frequent contact met luisteraars en introduceerde in Dordrecht de open-toren concerten. Na deze concerten waren er bijeenkomsten in ’t Klockhuys naast de toren om erover na te praten.

Van der Ende was kritisch omtrent de muziek die op een beiaard gespeeld moest worden. Zelf was hij een liefhebber van volksliederen. Van onbegrijpelijke moderne stukken moest hij weinig hebben. Zoiets is funest voor een openbaar instrument. Repertoire moest met zorg worden gekozen. Voor zijn concertprogramma’s koos hij graag werken van één componist of composities uit één stijlperiode. Ook vond hij dat de instrumenten viool, luit, en cello veel gemeen hebben met de beiaard. Vandaar dat hij tijdens concerten alle viool-solowerken en alle luitwerken van Bach vertolkte. Een gelukkige omstandigheid is dat Van der Ende de bekende Dordste componist Kors Monster heeft weten te inspireren tot het schrijven van een aantal nog altijd zeer gewaardeerde originele beiaardwerken.

In 1971 werd op initiatief van Van der Ende het Dordtse Wisselluidersgilde opgericht, een traditie die uit Engeland overgenomen werd, om klokken met de hand te luiden. Op de Kaapstandzolder van de Dordste toren hangen nog altijd de acht luidtouwen van de wisselluiders.

Hij zette zich met veel passie in voor het behoud van de monumentale binnenstad van Schoonhoven. Dit leidde in 1973 tot de oprichting van de Historische Vereniging Schoonhoven. Tot zijn afscheid in 2005 was hij er voorzitter van en in die hoedanigheid het historisch geweten van de stad. Van nature was hij beminnelijk, maar hij kon, wanneer dat nodig was, zijn standpunten fel en met overtuiging verdedigen.

Van der Ende is ook lang, namelijk van 1962 tot 1975, beiaardadviseur van de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging geweest. Nadien bracht hij nog vaak op persoonlijke titel adviezen uit. Bijvoorbeeld voor de grote restauratie van de beiaard van de Domtoren in de periode 1972-1974. In het in 1981 verschenen boek ‘Ergens beginnen de klokken hun lied’ beschrijft Van der Ende uitgebreid de speeltechnische en akoestische overwegingen die bij die restauratie een rol speelden. Hij heeft ook altijd veel tijd besteed aan het technisch perfectioneren van zijn eigen instrumenten.

In 1981 werd Jaap van der Ende benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Bij zijn pensionering en afscheid in 1993 kreeg hij een vriendenboek, een Renaissance-trombone en de erepenning in brons van de stad Dordrecht.

Lees meer op de website over Jaap van der Ende.

Hylke Banning