Gildas Delaporte

DEN BOSCH - Op dinsdag 7 april 2020 overleed Gildas Delaporte. Veel te jong. Hij was nog maar 55 jaar. Een groot verlies voor zijn vrouw Jarka, zijn dochter Romana en zijn zoon Cyril. Gildas, geboren op 26 oktober 1964 in het Franse Rouen, voelde zich in zijn jeugd al sterk aangetrokken tot de beiaardklokken van de kathedraal in Dijon. In Nederland werd hij beiaardier van Oudewater, Schijndel en Geldrop. Daarnaast was hij bijna 30 jaar contrabassist bij het Brabants Orkest, later de philharmonie zuidnederland. Als veelzijdig muzikant speelde hij eveneens viool, piano en gitaar. Maar het liefst zag hij zichzelf als chansonnier, een vertolker van Franse poëzie. Georges Brassens was zijn voorbeeld: de grote zaken van het leven met humor bezien.

“De hemel neemt de besten het eerst …” schreef Frank Steijns. “Je leeft voort in je muziek, in gedachten en vooral in de harten van heel veel mensen die het geluk hadden dat jij op hun pad kwam.” Een terugblik op het intense leven van een heel bijzonder mens aan de hand van persoonlijke herinneringen van Gideon Bodden en Frank Steijns.

Den Bosch

Gideon ontmoette Gildas voor het eerst tijdens de NKV jaarvergadering van 1986 in Amsterdam. Daar werd de grote-terts-beiaard gepresenteerd. Gildas woonde toen nog niet in Nederland. Tijdens het NKV beiaardconcours in Nijmegen in 1989 raakten ze opnieuw aan de praat en nodigde Gildas hem uit om een keer in Den Bosch langs te komen. Gildas beschikte daar over woonruimte boven de praktijk van een tandarts. Het werd een lange avond met veel wijn. Waarvan nog velen zouden volgen.

In Dijon (Frankrijk) woonde Gildas vlakbij de Cathédrale St. Bénigne en raakte enorm geboeid door de klank van klokken. Al op 12-jarige leeftijd kreeg hij zijn eerste beiaardles van de toenmalige beiaardier Henri Garnier. Later studeerde hij contrabas in Dijon en beiaard bij Jacques Lannoy in Douai. Beide studies rondde hij in 1986 af met de Medaille d’Or. In 1988 is hij naar Nederland verhuisd, waar hij aan de Nederlandse Beiaardschool zijn opleiding tot beiaardier vervolmaakte onder leiding van Bernard Winsemius en Arie Abbenes. Tegelijkertijd vervolgde hij ook zijn studie contrabas aan het conservatorium van Utrecht. Toen het Brabants Orkest in 1990 een contrabassist zocht, solliciteerde hij en werd na een proefspel aangenomen. Zo kwam hij in Den Bosch terecht.

Noteman

Eén minuut voor middernacht moest altijd het dakraam van de bovenverdieping open, want dan kondigde de Noteman een nieuwe dag aan. Deze bourdon van Den Bosch werd in 1642 door Jacob Noteman gegoten. Na dit moment werd er steevast gefilosofeerd over wat zich allemaal afspeelde in de klank van deze klok. Met beeldspraak probeerde Gildas dan aan te geven wat hij hoorde. Het ging dan over boventonen die als een bliksemflits plotseling verschijnen, maar ook heel snel weer wegsterven, over een klankfundament dat van diep uit de borstkas kwam en over een fluwelen zachtheid die het klankgeweld zo menselijk maakte. Gildas had oog voor schoonheid en voor bijzondere fenomenen. Hij had òf totaal geen interesse, òf ging enorm de diepte in en werd dan volledig opgezogen in een kunstwerk, een muziekstuk, een foto, een schilderij, of een gedicht.

Hout

In 2000 of 2002 nam hij een jaar onbetaald verlof. Geen beiaard meer en geen orkest. Om in Praag te gaan werken. Jarka, zijn vrouw, kwam uit Tsjechië. Tijdens het bewonderen van de restauratie van een historisch gebouw ontmoette hij in Praag een ambachtsman die op middeleeuwse wijze houtconstructies maakte zonder het gebruik van moderne apparatuur. Grote dakconstructies voor kastelen en kerken werden met bijlen in vorm gehakt. Bij die ontmoeting besloot hij: dat wil ik leren! Niet om direct iets met die kennis te doen, maar puur uit interesse en respect voor ambachten die elders allang uitgestorven zijn. Uiteindelijk heeft hij de verworven vaardigheden toch nog nuttig kunnen toepassen bij het opknappen van een huis in Frankrijk en later een tweede huis in Tjsechië. Hij sprak trouwens vloeiend Tsjechisch!

Quatre mains

Tijdens de avonden op de zolderkamer is bij het doorspelen van muziek op het oefenklavier ook het idee ontstaan om als beiaardduo een keer wat concerten te verzorgen. Daartoe moesten natuurlijk arrangementen worden geschreven. Als duo deden Gildas en Gideon in 1994 mee aan het roemruchte concours in Douai. Het verplichte werk was ontzettend lastig en omdat de speelstijl van de beide muzikanten toch wel verschillen vertoonde moest er flink gestudeerd worden om te leren elkaar aan te voelen en waren gedetailleerde afspraken nodig om alles loepzuiver te krijgen. Tijdens concerten en zeker ook tijdens het concours kwam dan echter de theaterman in Gildas naar boven en werd alles anders, met als gevolg dat een uitvoering gigantisch uit de bocht dreigde te vliegen. Alle afspraken overboord. Het bijzondere is dan weer dat luisteraars het waarschijnlijk niet eens gemerkt hebben en uiteindelijk leverde dit bij het quatre mains concours toch maar mooi de eerste prijs op!

Levécourt

In de periode dat hij nog niet getrouwd was en een dag of een weekend vrij was, belde hij Gideon een keer met de vraag: heb je iets te doen? Kom, we gaan naar Frankrijk. Als Gideon dan drie kwartier later in Den Bosch arriveerde waren ze één minuut later alweer onderweg. Naar de Lotharingse streek Le Bassigny, waar zich ook Levécourt bevindt, de geboorteplaats van François en Pieter Hemony. Gewoon om rond te kijken, is er nog iets te vinden? Tijdens die meer dan dertig bezoeken aan deze streek is het hele gebied uitgekamd: alle torens beklommen, in archieven gedoken, museums bezocht, burgemeesters gesproken. Zelfs de oude klokkengieterij van Farnier in Robécourt werd teruggevonden. Uiteindelijk kocht Gildas in Levécourt voor maar 3000 gulden een huisje. Nog even werd overwogen om ook het café voor 4000 gulden te kopen, maar dat was net iets te gek.

Zoals bekend vormden Levécourt en de omliggende dorpjes het klokkengieterscentrum van Europa. Het rondneuzen in deze streek en het onderzoeken van de historie heeft voor zowel Gildas als Gideon een belangrijke rol gespeeld in de manier waarop je naar klokken en de klokkengietkunst kijkt. Gildas was steeds de motor! Onze prachtige Hollandse Hemony-beiaarden zijn eigenlijk gewoon Frans! Uiteindelijk heeft Gildas ook met deze opgedane kennis niet zoveel gedaan. Het opsnuiven van kunst, cultuur en geschiedenis was voldoende. Als je een brede belangstelling hebt, dan is dat eigenlijk wel de beste methode. Later zijn Gildas en Gideon samen beiaardier in Oudewater geworden, gewoon omdat het hen een leuk idee leek hebben ze samen gesolliciteerd.

Gildas Delaporte 2

Spotlicht

Ging het spotlicht aan, dan kwam er bij Gildas iets naar boven. Dan nam hij het woord en had hij alle aandacht. In een café kon hij bijvoorbeeld de meest waanzinnige grappen vertellen. Mensen rolden over de vloer van het lachen. Dan was hij in zijn element, echt en authentiek, heel natuurlijk. Hij had daar een talent voor en vond het leuk om een soort cabareteske sfeer te scheppen. Mensen om hem heen hingen dan aan zijn lippen. Binnen twee minuten had je een sfeer alsof je vrienden onder elkaar bent. Steeds een charmeur zonder dat er iets achter zit. Nooit een kwaad woord over iemand anders. Toch was dit maar één kant van de medaille, de andere kant, die hij niet liet zien, was heel serieus. Hij was zeker niet altijd vrolijk.

Fotograaf

Gildas was ook een gepassioneerd fotograaf die veel prachtige voornamelijk zwart/wit foto’s heeft gemaakt met een Leica III, een analoge camera, nog van zijn grootvader. Met bijzondere lenzen voor unieke effecten. Later gebruikte hij ook een Rolleiflex en een Hasselblad. Hij ontwikkelde uiteraard zelf de films. Zijn portretfoto’s stralen een specifieke sfeer uit. Met een foto wilde hij details zichtbaar maken die de meeste mensen niet direct zien. In het boek ‘Souvenir d’un lieu cher’ portretteerde hij zijn collega’s in het orkest. Foto’s hingen op een tentoonstelling in Den Bosch. Hij heeft zelfs op de steigers rondom de St. Jan gestaan om kunstzinnige foto’s te maken van allerlei details van dit gebouw. Zijn website met foto's is nog te bewonderen.

Voettocht

Met alleen een rugzakje met pennen en de viool van zijn grootmoeder heeft Gildas in zijn eentje de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella gelopen. Onderweg speelde hij in kerken op zijn viool en kon op die manier zijn reis betalen. Het zal niemand verbazen dat hij overal mocht blijven logeren en dat hij aan deze reis vele vriendschappen heeft overgehouden. Zijn uitstraling en vrolijkheid waren besmettelijk. Het verhaal gaat dat hij gedurende de hele reis maar over één paar sokken beschikte die niet gewassen mochten worden omdat hij die beslist de hele reis wilde dragen. Aan het eind van de voettocht zijn deze verbrand.

Chansons

Franse poëzie was erg belangrijk voor Gildas. Hij kende vele gedichten van buiten en liep al heel lang met boekjes op zak met gedichten van bijvoorbeeld Baudelaire, Hugo, en Mallarmé. Zijn kinderen heeft hij Frans geleerd door samen met hen naar school te fietsen en dan Franse gedichten voor te dragen. Daarbij ontwikkelden zich gaandeweg melodieën die hij later heeft opgeschreven. Omdat hij het jammer vond dat al die oude mooie poëzie van grote Franse dichters in de vergetelheid raakte heeft hij er chansons van gemaakt. Met als resultaat dat een heel nieuw publiek ineens weer naar poëzie luistert! Samen met collega’s van de philharmonie zuidnederland is hij de studio ingedoken om een hele serie chansons op te nemen. Er is ook een prachtige CD met de titel ‘Feuilles Volantes’ verschenen met Bert van de Brink aan de piano. Gildas en Bert hebben samen ook heel veel opgetreden. Zelfs voor de zomer van 2020 was de agenda nog goed gevuld. Ook het zich presenteren als chansonnier was iets wat Gildas op zeker moment ontdekte en dat ging hij dan doen.

Ooit werd Frank Steijns door Gildas uitgenodigd om samen chansons uit te voeren. Twee van die theatermannen bijelkaar, dat is een formule voor avonturen. Een repetitie begon gewoonlijk met het inspecteren van de koelkast en het opentrekken van een fles wijn. De beste uiteraard, niet van die glou-glou-rouge. Vervolgens werd er gekookt, gebabbeld en veel gelachen. Dan kwam het moment dat Gildas de gitaar pakte of achter de piano ging zitten en zong hij achterelkaar alle chansons van het concert: “Voilà, comme ça”. En dat was de repetitie. Soms had hij een nieuwe chanson gemaakt die hij op de trap naar boven nog gauw even voorzong. Jarenlang werden optredens verzorgd waarbij Frank beiaard speelde en Gildas zong. Voor een festival in Weert in 2014 ging zelfs de contrabas mee naar boven!

Gildas was als beiaardier ook de vaste vervanger van Frank in Maastricht. Met de plaatselijke politie bouwde hij daar trouwens een goede band op door regelmatig het alarm te activeren omdat hij de code weer eens kwijt was. Dit leidde echter nooit tot wrevel, want zelfs de politie zag de klim in de toren naar die gezellige Fransman als een welkome onderbreking van de werkdag.

Vijf jaar geleden ontmoette Frank bij het in première gaan van de opera 'Cenerentola', de laatste productie waar Gildas als contrabassist van de philharmonie zuidnederland bij betrokken was, de mezzosopraan Madieke Marjon. Binnenkort gaan ze trouwen.

Les cloches du soir

Een gedicht van Marceline Desbordes-Valmore (1786-1859), door Gildas op muziek gezet.

Quand les cloches du soir, dans leur lente volée
Feront descendre l'heure au fond de la vallée,
Si tu n'as pas d'amis ni d'amours près de toi,
Pense à moi ! Pense à moi !

Car les cloches du soir avec leur voix sonore
A ton coeur solitaire iront parler encore,
Et l'air fera vibrer ces mots autour de toi :
Aime moi ! Aime moi !

Si les cloches du soir éveillent les alarmes,
Demande au temps ému qui passe entre nos larmes,
Le temps dira toujours qu'il n'a trouvé que toi
Près de moi !

Quand les cloches du soir, si tristes dans l'absence,
Tinteront sur mon coeur ivre de ta présence,
Ah ! c'est le chant du ciel qui sonnera pour toi !
Pour toi et pour moi !

Quand les cloches du soir, qui bourdonne et qui pleure,
Ira parler de mort au seuil de ta demeure,
Songe qu'il reste encore une âme près de toi :
Pense à moi ! pense à moi !

Ziekte

Begin 2017 klaagde Gildas over pijn aan een spier in zijn rechterhand. Hij maakte zich daar ernstig zorgen over omdat hij vreesde zijn werk niet meer te kunnen doen en raakte behoorlijk terneergeslagen. In het najaar ontdekten de artsen een tumor in de alvleesklier. Hij onderging bestralingen om de tumor te verkleinen zodat een operatie mogelijk zou worden en vond het uiterst merkwaardig dat door die bestralingen het probleem met de hand ineens helemaal weg was. Dat voelde als een opluchting … Hoewel volgens de artsen de vooruitzichten slecht waren, en de kans op een operatie klein, is hij na verloop van tijd toch met succes geopereerd en werd hij “kankervrij” verklaard. Het is typerend dat hij zelfs in het ziekenhuis nog muziek op papier heeft gezet voor als hij de operatie niet zou overleven. Dan zouden er in ieder geval arrangementen zijn …

Na de operatie kon hij weer concerten geven. Op een zeker moment belde hij Madieke en vroeg haar met hem te repeteren om voor hem in te kunnen vallen wanneer dat nodig mocht zijn. Zo losjes als hij was als het ging om zijn eigen repetities, zo strikt en nauwgezet was hij als het ging over de kern van de chansons: de poëzie. Met Madieke repeteerde hij langdurig, met veel gesprekken over uitspraak, betekenis en dictie. Samen gaven ze ook enkele concerten, onder meer vanaf de Domtoren in Utrecht waarbij Gildas ditmaal de beiaard bespeelde en Madieke zong.

Helaas ging het na enige tijd toch weer mis. Er bleken uitzaaiingen in de lever te zijn. Niet te opereren vanwege het grote aantal plekken. Een chemokuur sloeg echter heel goed aan! Na zo’n behandeling had hij weer veel energie en kon hij veel doen, ook al wist hij dat het tijdelijk was. Drie of vier keer heeft het bestralen geholpen, maar toen het op een zekere dag weer nodig was, bleek hij lichamelijk niet sterk genoeg meer. En toch, ook al wist hij dat het niet goed ging, in gezelschap steevast de vraag “Waar heb je zin in?”. En binnen drie minuten was het weer gezellig. Dat was nog maar kortgeleden en daarna is het heel snel gegaan … Hij was zelfs nog in Levécourt samen met vrienden begonnen met het bouwen van een speciale oven omdat hij persoonlijk een klok wilde gieten. Zelf ook de klokkenvorm maken en het brons smelten. Het is niet meer gelukt…

Sinds het begin van zijn ziek zijn heeft Gildas veel tijd gehad om te piekeren. Het was ook zwaar om steeds opnieuw afscheid te nemen. Want dat doe je toch, omdat iedere keer de kans bestaat dat je een operatie of behandeling niet overleeft. Uiteindelijk heeft hij wel alle noten die nog in zijn hoofd zaten op papier kunnen zetten. Elke dag was een cadeau, maar op het eind, met zoveel pijn, was het geen cadeau meer… Zijn zus Savine schreef op zijn sterfdag: “J’ose croire aujourd’hui que tu as trouvé en plénitude la Lumière et l’ Amour que tu as désirés si”. Ik durf vandaag te geloven dat je het Licht in volheid hebt gevonden en de Liefde waar je naar verlangd hebt.

Herdenkingsdienst

Op Witte Donderdag 9 april 2020 vond een katholieke herdenkingsdienst plaats in de St. Janskathedraal in Den Bosch. Vanwege het virus mochten er maar twintig mensen bij aanwezig zijn. Een priester die Gildas kende leidde de dienst en omdat de moeder van Gildas en zijn broer en zus er ook waren werden alle teksten zowel in het Nederlands als het Frans uitgesproken. Het was heel bijzonder om het Frans in die Nederlandse kathedraal te horen galmen. In andere tijden zouden veel beiaardiers, collega’s van het orkest en vrienden Gildas de laatste eer hebben willen bewijzen door naar Den Bosch te komen. Het mocht niet. Desondanks hebben zeker meer dan 100 mensen buiten de kerk op het vertrek van de rouwstoet staan wachten. Alleen de naaste familie en enkele vrienden waren bij de crematie.

Op verzoek van Gildas bespeelde Gideon voor en na de dienst de beiaard van de kathedraal. Ooit, tijdens zo’n zolderkamergesprek, hadden beiden zichzelf de vraag gesteld: stel dat je nog één uur te leven hebt, welke muziek wil je dan horen? Er ging volgens Gildas absoluut niets boven Bach of Mozart, maar toch koos hij voor Haydn! De muziek die volgens hem de allermeeste troost geeft. Omdat de herdenkingsdienst in de Goede Week viel was het meteen duidelijk wat er dan van Haydn op de Bossche beiaard gespeeld zou moeten worden. Er was gewoon geen keuze, dit moest het zijn: de laatste twee delen van “Die Sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreue”, namelijk “Consummatum est!” en “Pater, in manus tuas commendo spiritum meum”, oftewel “Het is volbracht” en “In uw handen, Heer, beveel ik mijn geest”. Perfecte muziek, troostend, en verbindend met het hogere. Dat ook de Noteman geluid zou worden was nog een van de laatste wensen die Gildas aan zijn familie had toevertrouwd. De klok zweeg echter …

Hylke Banning