Interview met Martien van der Knijff, beiaardier van Hasselt, Zwolle, Katwijk, Groot Schuilenburg, Apeldoorn, Elburg en Hattem.

Voor beiaardier Martien van der Knijff is 2020 een bijzonder jaar. Zo vierde hij zijn 30-jarig jubileum als stadsbeiaardier van Hasselt (Overijssel) met een concert dat vanwege de pandemie voornamelijk via YouTube te horen was. Maar ook kwam een lang gekoesterde wens uit: een eigen instrument!

Daarover had ik een gesprek met Martien via WhatsApp.

Martien, eerst even over Hasselt, was dat jouw eerste beiaard?

Ja, in Hasselt ben ik begonnen. We woonden toen nog in IJsselmuiden en de eerste jaren speelde ik daar samen met Levina Pors. Toen zij daar stopte heb ik haar aandeel overgenomen. Er hing toen nog een instrument van 3 ½ octaaf van Eijsbouts dat nodig aan vernieuwing toe was. In 2010 is er een nieuw klavier gekomen in een nieuwe speelcabine en toen is de beiaard ook met 7 klokjes uitgebreid tot 4 octaven, incl. cis en d.

Ooit heeft er in de ui van de toren een Hemony-spel gehangen. Dat is in 1725 door een torenbrand verloren gegaan op twee klokken na, die in de kerk achter het orgel staan opgesteld. Tot 1950 heeft de toren gezwegen en toen kwam er een nieuw carillon van Van Bergen. Dat was waarschijnlijk niet zo zuiver gestemd en is in 1973 door Eijsbouts opnieuw gegoten. En sinds 1990 speel ik daar regelmatig en met veel plezier.

En is er nog wat terecht gekomen van jouw jubileum?

Een concert met publiek was natuurlijk niet mogelijk maar er zijn wel opnames gemaakt (die te horen zijn via onderstaande link.)  En van het geld dat ik gekregen heb ga ik versteken maken die ik naar de carilloncomputer kan sturen (via internet) en programmeren. Inwoners van Hasselt kunnen opgeven wat ze willen horen, of zelf iets maken.

Hoe is het project ‘een eigen reizende beiaard’ ontstaan?

Op een keer was ik op stap met Gideon Bodden. We zaten ergens te eten en ik zei tegen Gideon dat ik wel graag een eigen instrument zou willen hebben.

reizende beiaard

‘Dat kan natuurlijk altijd!‘ zei Gideon en tijdens dat gesprek rijpte het idee hoe zoiets gestalte zou kunnen krijgen. Ik ben naar Poperinge, onder Ieper (B), gegaan en daar speelt Ludo Geloen op een Paccard-beiaard. Wat ik zo mooi vond was de klank van oude Paccard-klokken. Ik heb heel veel beiaarden beluisterd met als doel mij een eigen klankbeeld te vormen. Ik wilde een instrument dat ook binnenshuis nog vriendelijk zou klinken. Ik dacht daarbij zelfs aan een mix tussen carillonklok en handbel maar dat heeft Gideon mij uit het hoofd gepraat.

Hoe zijn jullie tot een uitgangspunt gekomen?

We gingen naar Moordrecht. Daar hangen 18 Eijsbouts klokken die Gideon heeft laten uitbreiden tot 3 of 4 octaven en de klank daarvan vond ik heel erg fraai. Dus de klank van Paccard, Moordrecht èn hoe kunnen we die klokken het beste vervoeren, vormden het startpunt. Als je een C2-klok op een C-toets aansluit dan heb je wel een paar heel zware klokken te vervoeren. Nu zit er 900 kg brons in: als we vanaf C2 begonnen waren woog het instrument 3 ton of meer! Deze beiaard heeft F2 als laagste toon en als je met een orgel of gewone piano samenspeelt dan moet je transponeren. Maar de partijen zijn vaak niet zo ingewikkeld: als je handig bent transponeer je ze direct. En als je solo speelt maakt het niets uit.

Bij het stemmen is veel aandacht besteed aan de boventonen zodat die niet ‘botsen’ en het geluid als ‘hard’ doen ervaren. Daarom hoeft er ook geen plexiglas omheen. De klank van een klok is toch wel hoorbaar ook al speel je met grote ensembles samen. Ook het klavier is praktisch geruisloos.

Het gewicht was ook bepalend voor het vervoer. Ik wilde het in m’n eentje kunnen vervoeren en speelklaar maken, de kleppen omhoog doen en het dak omhoog krijgen. Daarvoor zitten er elektromotoren in de hoeksteunen van het dak.

Nieuw aan dit mobiele instrument zijn de bijzondere klankkleur en de overbrenging via nylondraden.

Zit je eigenlijk droog als er onverhoopt een stortbui losbarst?

Door de corona heb ik dat nog niet kunnen testen, maar ik ben gevraagd om op kerstavond te spelen en als ik er dan mee op pad ga moeten de weersverwachtingen gunstig zijn. Misschien dat ik bij een zeilmakerij nog eens twee zeilen tegen inslaande zijwind laat maken. En ik moet nog wat doen aan de verlichting.

 

Wat mij opviel was de lage bodem van de trailer, is dat bewust gedaan?

Ja, door die lage vloer trek je alle units tegelijk er in één keer met een elektrische lier de trailer op. Aanvankelijk had ik wel eens last van verkeersdrempels maar sinds de grotere wielen is dat opgelost.

Nog even terug naar het muzikale aspect: het is dus een licht spel geworden?

Het viel me mee want ik dacht eerst nog, zou het nog wel draagkracht hebben in de hoogte want het loopt door tot D6. We hebben de gok gewaagd want Gideon wist wat hij deed en de dynamiek van de kleinste klokken is groter gebleken dan ik ooit had kunnen denken!

Vooral bij de kleinste klokken is goed te zien dat het typische model van een klok deels verlaten is: dikwandig en afgeplat.

Maar het ziet er als geheel toch normaal uit, het bekende klokkenprofiel?

Ja, het gaat eigenlijk alleen maar om de laatste 6 à 7 klokjes. We hebben ook gekeken naar de klepels: wat voor hardheid, vorm en slag moet je ze geven. Zeker in het hoogste octaaf is er weinig speelruimte binnen in de klok en dat hebben we opgelost door de klepels enigszins ovaalvormig te maken.

We hebben de klokken op rij gehangen, van laag naar hoog. Daarom zijn we ook uitgekomen op twee lange units naast elkaar. Die hangen vol met klokken en daar tegenaan staat het klavier. De linker unit bevat de grote klokken en de rechter de kleine. De bedrading ligt aan de binnenkant zodat je de klokken goed kunt zien.

Bij een torenbeiaard loopt de bedrading verticaal en ‘hangen’ de toetsen aan de klepels. Hoe hebben jullie dat opgelost?

Tussen toets en klepel loopt een sterke nylondraad over katrollen. De grootste klepels houden de draad strak door hun massa. De andere klokken hebben contraveren achter de klepel. Dit systeem zit ook op de torenbeiaard van Moordrecht. Het speelt heel direct, als een spinet! Je kunt het instrument precies afregelen omdat de katrollen (die je zelf moet maken) in elke richting kunt afstellen en ook nog eens in- en uitschuiven.  Bovendien kun je achter aan de toets met de aparte draadregelaars de draad die naar beneden loopt afstellen. Het nylondraad is erg stabiel en slijtvast, geeft geen krimp of rek. Maar als het warm weer is zet het metaal van de frames uit waardoor je toch nog wel eens moet bijregelen.

Hoe gaat het koppelen van het klavier aan de beide units in zijn werk?

In één beweging de hele zaak aan elkaar koppelen gaat niet, daar is (nog) geen systeem voor. Elke klok is apart met een draad aan de toets verbonden. Aan het begin van de draad zit in een metalen bolletje dat je door een gleuf in een metalen huls schuift. De speelruimte die je nodig hebt om de draden in te haken en vervolgens strak te trekken, verkrijg je door een horizontale balk, waar al die draden samen komen, te laten stijgen of dalen.

Wat is jouw doel met deze beiaard, want het is nogal een investering en er zijn nogal wat andere reizende beiaarden in Nederland en België.

Om er zoveel mogelijk mee op pad te gaan, concerten geven, verhuren, alles wat er zich maar als mogelijkheid voordoet. En ja, het is een hele investering maar wel voor je leven en mogelijk voor het nageslacht.

Hoe kijk je terug op de afgelopen periode van plannen maken tot de voltooiing?

Ik heb heel veel opgestoken op het gebied van de campanologie en dat heeft mijn interesse in de hedendaagse ontwikkeling van het instrument beiaard vergroot. Gideon en ik bellen nog regelmatig over details van klokken en alles wat erbij komt kijken.

Dank je voor dit gesprek, Martien, en veel geluk met je bronzen aanwinst!

Dick Klomp

Links:

https://www.youtube.com/channel/UC-6zxBY6N39vGZb5ygbLExg

www.concertcarillon.nl

De foto’s zijn van Herman Gerrits